‘Wij woonen in een land druipende van walvischtraan’

Tot 1964 heeft Nederland op walvissen gejaagd. Nog maar zesenvijftig jaar geleden voer het Nederlandse walvisvaartfabrieksschip Willem Barendsz op de zeeën rond de Zuidpool, op zoek naar het traan van precies 27.714 walvissen. Anne-Goaitske Breteler, auteur van het boek ‘De Traanjagers’, schreef hierover een uitgebreid artikel voor Het Scheepvaartmuseum.

Achttiende-eeuwse houten bootjes met zeelui als uit het verhaal van Moby Dick. Of juist grote Japanse walvisvaartfabrieksschepen die omsingeld worden door milieuactivisten. Meestal zijn dat de eerste associaties die bij mensen opkomen als het over de walvisvaart gaat. Een groot contrast; niet alleen wat betreft de ontwikkeling van de jacht zelf, maar ook in de manier waarop we door de tijd heen naar de walvisvaart zijn gaan kijken.

Waar de industrie voorheen gelijk stond aan winst, werkgelegenheid en avontuur wordt de walvisjacht tegenwoordig gezien als de uitroeiing van een beschermd zeezoogdier. Met die verandering in denkwijze wordt de status van de walvisvaarders radicaal anders: de helden van toen zijn de moordenaars van nu. Het is taboe geworden om vóór de walvisvaart te zijn. Laat staan, om op walvissen gejaagd te hebben.

Misschien is het daarom wel dat we in Nederland maar weinig van ons eigen recente walvisvaartverleden afweten. Nog maar vijfenvijftig jaar geleden voer het grote Nederlandse walvisvaartfabrieksschip Willem Barendsz op de zeeën rond de Zuidpool. Uitgerust met een grotendeels Hollandse bemanning, zocht en vond de vloot het traan van precies 27.714 walvissen.

Lees het gehele artikel op de bron: Scheepvaartmuseum

Ook is onlangs een nieuw boek uitgekomen: “Een zee van traan • Vier eeuwen Nederlandse walvisvaart, 1612-1964”, geschreven door Jaap R. Bruijn en Louwrens Hacquebord.

Kijk hier voor meer info