Republiek aan Zee in Het Scheepvaartmuseum

Op 10 mei opent Het Scheepvaartmuseum de nieuwe Hoofdgalerij met de tentoonstelling Republiek aan Zee. De tentoonstelling Republiek aan Zee laat zien hoe Nederland als maritieme natie is gevormd. Aan de hand van ruim 50 topstukken vertelt de tentoonstelling het verhaal van de Republiek in de 17e en 18e eeuw. De Hoofdgalerij is het nieuwe startpunt van het museumbezoek en toont hoe sterk de maritieme wereld en de Nederlandse samenleving al eeuwenlang verbonden zijn. De presentatie sluit aan bij het nieuwe museum-motto ‘Water verbindt werelden’.

Meerdere perspectieven
De tentoonstelling Republiek aan Zee gaat over de cruciale rol van water in de geschiedenis van de Republiek. De objecten die tentoongesteld worden, waaronder schilderijen, kunst- en gebruiksvoorwerpen, bieden ruimte voor nieuwe historische perspectieven. Zij plaatsten een vaak vertelde geschiedenis binnen een bredere context, waarbij ook keerzijde van de economische voorspoed en culturele rijkdom naar voren komt.

Opkomst en bloei Amsterdam
In de 17e eeuw maakten de Nederlandse steden een grote groei door. Amsterdam ontwikkelde zich tot een havenstad met wereldwijde betrekkingen. Terwijl elders in Europa de adel en kerk het voor het zeggen hadden, trokken in de Lage Landen de kooplieden aan de touwtjes. Zij dreven handel tot in alle uithoeken van de wereld en droegen zo bij aan een stijgende welvaart. De Amsterdamse (invloed)rijke elite liet zich graag voornaam portretteren, zoals in 1654 Isaac Sweers en Constantia Bloemaert. Hij maakte carrière binnen de vloot en werd uiteindelijk vice-admiraal. Zij kwam uit een vooraanstaande Antwerpse familie die naar Amsterdam was verhuisd en richtte zich onder meer op het besturen van liefdadigheidsinstellingen.

Maritieme cultuur
De wereldwijde handel zorgde ook voor de opkomst van een maritieme cultuur. Water speelde een grote rol in het leven van veel inwoners van de Republiek. Kooplieden, admiralen en kapiteins gaven kunstenaars opdracht schilderijen te maken van hun schepen op verre kusten of tijdens succesvolle zeeslagen. Er ontstond een nieuw genre: de zeeschilderkunst. Daarnaast zochten de rijksten voor hun plezier het water op. Zij zeilden in een jacht naar hun buitenhuis of voeren mee in spiegelgevechten. Een voorbeeld hiervan is het schilderij Spiegelgevecht op het IJ door Abraham Storck (circa 1700). Het grootste object uit de tentoonstelling is een Zaans tentjacht uit circa 1760-80 waarmee welgestelde burgers pleziertochtjes maakten op de binnenwateren.

Kijk hier voor meer info

Afbeelding: tentjacht op de Zaan, bron: oneindig NoordHolland

EOC
RVEN