Drijvende jeugdherberg Delfzijl komt triest aan zijn eind in Duitsland

Eind augustus zonk in de Duitse havenstad de ‘Seute Deern’, een 75 meter lange houten driemaster. In de jaren vijftig en zestig deed het schip in de haven van Delfzijl dienst als drijvende jeugdherberg.

Te duur
De schade aan het museumschip wordt geschat op 32 miljoen euro. Dat is niet meer op te brengen en daarom wordt het gesloopt. Niet zo vreemd, want Delfzijl nam in 1964 al afscheid van de Pieter A. Koerts, zoals het schip toen heette, omdat het onderhoud niet te betalen was.

Wegwerpschip
Het bijzondere schip, een houten driemast bark van 75 meter lengte, werd aan het eind van de Eerste Wereldoorlog in Amerika gebouwd van zacht dennenhout. Er was door de oorlog veel vraag naar scheepsruimte en het was eigenlijk een goedkoop wegwerpschip, maar door toeval bleef het schip veel langer in gebruik. Alleen verkochten alle eigenaren het om dezelfde reden: het zachte hout van de romp werd opgegeten door boorwormen en mosselen, waardoor het steeds opnieuw lek raakte.

Hotelschip
In de jaren vijftig werd het omgebouwd tot hotelschip en aangekocht door twee zonen van Pieter A. Koerts, een geboren Delfzijlster die geëmigreerd was naar Amerika en daar fortuin had gemaakt. De zoons doopten het schip naar hun vader en deden het cadeau aan zijn geboortestad, waar het tussen 1954 en 1964 dienst deed als drijvende jeugdherberg. Tien jaar was het elke dag ‘Delfsail’ in de haven en toen het schip werd verkocht, was het onbegrip bij de Delfzijlsters dan ook groot.

Lees het gehele artikel op de bron: RTV Noord


RVEN
EOC