Eigenaar Nymphaea wil uitzondering of subsidie voor varend Erfgoed

Dick Pels kocht veertig jaar geleden de nu 102 jarige salon-bakdekkruiser Nymphaea en restaureerde het schip. Maar nu hij misschien elektromotoren moet plaatsen, vindt hij dat de gemeenschap een steentje mag bijdragen aan het behoud van dit varend erfgoed.

Het mag een wonder heten dat Dick Pls geen tennisarm heeft gekregen van het terugzwaaien, want als er één schip opvallend is dan is het wel zijn Nymphaea. “Het is de grootste salonbakdekkruiser die er rondvaart,” zegt hij. Hij kocht het schip in 1979 toen het in deplorabele staat in de Nieuwe Houthaven van Amsterdam lag. “Ik had een roze bril op,” geeft hij nu toe. Pels woont veertig jaar op de Nymphaea en heeft haar zoveel mogelijk in de originele staat terug gebracht.

Voor die staat moeten we terug naar 1917, het jaar dat de Nymphaea (30 X 5 meter, tweemaal Daf 575 van 160 pk elk) werd gebouwd bij de werf Conrad te Haarlem als privéjacht voor de Rotterdamse reder Albert Goudriaan en zijn gezin. Vanaf de vaste ligplaats in de Veerhaven te Rotterdam werden reizen gemaakt naar Zeeland, de Wadden en de Oostzee. Naast het gezin Goudriaan (vrouw, zoon en dochter) waren er een kapitein, een bootsman, twee matrozen en een kok aan boord, die sliepen in kleine ruimtes die met stalen schoten van het eigenaarsgedeelte waren gescheiden. “De klassenverhoudingen werden in staal uitgedrukt,” zegt Pels.

Lees het uitgebreide artikel van Heere Heeresma jr. op de bron: Scheepvaartkrant pagina 41

Foto: Heere Heeresma jr.

EOC
RVEN