Archeoloog achterhaalt identiteit van twee spookwrakken in de Zuiderzee

Twee scheepswrakken die in de Zuiderzee ten onder gingen zijn geïdentificeerd. Daarnaast is bekend geworden hoe deze twee schepen kopje onder konden gaan. Een bijzonder resultaat van maritiem archeoloog Yftinus van Popta, want slechts éénmaal eerder werd de identiteit én het verhaal van een spookwrak achterhaald.

De provincie Flevoland staat bekend als het grootste scheepskerkhof op land ter wereld. Op akkers waar nu aardappelen en uien worden verbouwd werden de de afgelopen tientallen jaren in totaal 450 scheepswrakken in de voormalige zeebodem gevonden, maar het achterhalen van de identiteit en de toedracht van al deze scheepsrampen bleef lange tijd vruchteloos. ,,De meeste wrakken zijn toch vrij abstracte, incomplete houten constructies die maar moeilijk te doorgronden zijn. Vaak geven ze een indruk van hoe een schip er ooit uit heeft gezien en wanneer het is vergaan, maar het is onduidelijk hoe deze schepen heetten, waardoor ze zijn gezonken, wie de opvarenden waren en wat er met ze is gebeurd,’’ aldus Van Popta.

Tot vorig jaar. Toen werd door hem de identiteit van een wrak nabij Zeewolde vastgesteld. Van Popta slaagde er nu ook in om het verhaal achter twee gevonden wrakken op één perceel in Rutten te achterhalen. Beide schepen vergingen in 1909 in de Zuiderzee.

Schipper Sije Geerts van Dijk (46) uit Lekkum voer samen met zijn vrouw Jantje van Dijk (36) en zijn vier kinderen Geert (15), Albertje (14), Gooitzen (12) en Errit (7) op maandag 28 juni 1909 in alle vroegte uit op de Zuiderzee, toen zijn schip, een tjalk met de naam ‘De Drie Gebroeders’ plotseling op een obstakel stootte en begon te zinken. Toegesnelde vissers wisten de opvarenden nog van boord te halen, maar het schip viel niet te redden. Al snel werd duidelijk dat de Drie Gebroeders op een ander schip was gestoten, het tweede wrak op dezelfde kavel. Dat schip was enkele maanden eerder op dezelfde plaats gezonken.

Schipper Geert Dinkla

Ook dat verhaal heeft onderzoeker Van Popta gereconstrueerd. Het bleek te gaan om het schip ‘De Hoop’ van schipper Geert Dinkla uit Ten Post, die op 19 april 1909 onder slechte weersomstandigheden van Kampen naar Veendam wilde varen met zijn vrouw, zes kinderen en een knecht. Maar door zware golfslag bij Lemmer kwam ‘De Hooop’ in de problemen, waarna het uiteindelijk zonk. De destijds 37-jarige Dinkla sloeg overboord, klampte zich vast aan een sloep, en zag hoe zijn schip ten onder ging.

Pas weken later werden de lichamen van zijn vrouw, kinderen en knecht teruggevonden. Het tragische nieuws bereikte ook koningin Wilhelmina, die met een telegram haar medeleven betuigde en persoonlijk voor financiële ondersteuning van Dinkla en de nabestaanden van de knecht zorgde.

Veel scheepswrakken die bij het droogleggen van de Noordoostpolder boven water kwamen zijn spoorloos verdwenen. Landeigenaren hadden in die tijd veelal geen zin in ‘gedoe van archeologen’. Want archeologisch onderzoek vergt veel tijd en dat zou het klaarmaken van het land in de weg hebben gezeten. De meldingen zijn later vaak ingetrokken. Het wrak is vervolgens rigoureus door de eigenaren en arbeiders verwijderd. Archeologen vonden dus niks na een melding.

Lees het gehele artikel op de bron: de Stentor, alleen voor abonnees