Drijfhout, deining en dadendrang: Vijftig jaar duikende acheologie rond Texel (1970-2020)

Michiel Bartels van de Westfriese Archeologische dienst schrijft in een uitgebreide notitie over de driehoek duikgroepen, overheden en het wrakken- en juttersmuseum Kaap Skil in Oudeschild, met de focus op de publieksarcheologie en erfgoedcommunicatie naar het publiek in dit turbulente proces.

De westelijke Waddenzee ligt vol met scheepswrakken. Vele daarvan zijn allang weggespoeld, enkele zijn inmiddels afgedekt voor de toekomst en sommigen komen na lange tijd weer tevoorschijn uit het zand. Zo nu en dan spoelen bekende of nieuwe wrakken bloot. De wrakken hebben de afgelopen 50 jaar een grote aantrekkingskracht op de eilandbewoners gehad. In de jaren ’70 liet de Rijksoverheid de wrakken exploiteren door toestemming te geven de objecten hieruit te bergen. Het zou het eerste hoofdstuk vormen van een decennia lange worsteling tussen sportduikers, jutters, wetenschappers zoals maritiem archeologen en zij die alles tentoon wilden stellen. De ambities en beleidsvoornemens van verschillende Rijks-, Provinciale- en lokale overheden en de musea botsten regelmatig. Duurzame zorg voor het maritieme erfgoed in het algemeen belang ging veelal ten onder in onderlinge interne twisten, gebrek aan budget en haperende voortzetting van ingezet beleid. Deze situatie leek met de opening van een fraai museum in 2012 in Oudeschild doorbroken. Niets bleek echter minder waar.

Een scan van de restanten van het Vijzelwrak in 2020. (afbeelding: Periplus, Amsterdam).

Zodoende bestonden er in 2016, het moment dat de Gemeente Texel zich als eigenaar van het bodemarchief in de Waddenzee actief in de gang van zaken ging mengen, nog steeds een kakelbonte stoet aan duikers, duikgroepen en collecties uit vele wrakken die op een volledig willekeurige manier werden beheerd, cadeau gedaan, verkocht, onderling waren verdeeld of geruild, of simpelweg waren weggegooid of weggerot. Van systematische aanpak of archivering van gegevens met als doel de tijdscapsules te onderzoeken, bleek nog steeds in veruit de meeste gevallen geen sprake. De Texelse duikvondsten raakten niet alleen over het eiland verspreid maar ook over de rest van Nederland en soms ver daarbuiten. Dit proces kwam in een stroomversnelling door de ontdekking en het deels leeghalen van het zogenaamde ’Palmhoutwrak’ in 2015 door diverse groepen Texelse duikers. De oogverblindende maar ook verbijsterende 17de-eeuwse inhoud van dit wrak maakte duidelijk dat de wal het schip keerde en overheden, museum en duikers de handen ineen moesten slaan om de vondsten wereldkundig te maken en een verstandiger beleid op de waterbodem uit te stippelen.

In deze uitgebreide notitie van de Westfriese Archeologische dienst staat de driehoek duikgroepen, overheden en het wrakken- en juttersmuseum Kaap Skil in Oudeschild centraal met een focus op de publieksarcheologie en erfgoedcommunicatie naar het publiek in dit turbulente proces.

Download de gehele notitie van 76 pagina’s bij Academia

Afbeelding: De wrakkenkaart van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, stand 1991. (tekening RCE).