Zuiderzee vol blazers en bonzen

Botters, schokkers, bonzen, buizen. Het krioelde ooit van de vissersschepen op de Zuiderzee. Blazers, aken, jollen – rond 1900 telde de Zuiderzeevisserij zo’n tweeduizend schepen. Peter Dorleijn (82) vertelt er morgen over in Den Oever op een lezing voor de Historische Vereniging Wieringen.

Alle Zuiderzeehavens hadden ruim een eeuw geleden een eigen vloot. De visserij op de Zuiderzee voedde eerder alleen de aanwonende bevolking. Vanaf rond 1850 werd het afzetgebied groter en werd de Zuiderzeevisserij economisch belangrijk voor Nederland.

Zuiderzeeharing werd nationaal volksvoedsel. Gerookte en gepekelde haringsoorten konden goed worden verhandeld. De start van de Zuiderzeewerken in 1920 – twaalf jaar later uitmondend in het dichten van de Afsluitdijk – luidde in rap tempo het einde in van de Zuiderzeevisserij.

Autoriteit
Peter Dorleijn is botterschipper, tekenaar, auteur en historicus. Hij geldt als autoriteit aangaande de historie van de Zuiderzeevisserij. Jarenlang onderzoek resulteerde in de vijfdelige boekenserie ’Van gaand en staand want’.

Begin jaren zestig raakte raakte Dorleijn in de ban van de vroegere Zuiderzeevisserij. Op de botter van de Spakenburger visserman Jan Koelewijn groeide zijn fascinatie voor de zeilvisserij en de vele vissersbedrijfjes met één schip per gezin. Koelewijn was een van de laatste kuilvissers. Hij viste met de kuil, een sleepnet. ,,Daar wilde ik meer van weten. Hoe werkt deze techniek? Hoe voer je ermee?” De Zuiderzeevisserij met al z’n verdwenen bedrijvigheid op en rond het water, met z’n eigen cultuur en sfeer, die liet hem niet meer los.

Interviews
Net op tijd interviewde Dorleijn die jaren oud-vissers op leeftijd. De zilte sfeer van vissersdorpjes rond de Zuiderzee bracht hij over op talloze tekeningen. 

Lees het uitgebreide artikel op de bron: Helderse Courant, alleen voor abonnees

RVEN
EOC