Waar werfbaas Freek is is rook

Toen hij zes was, maakte hij al zijn eerste scheepje van een oude klomp. Nog steeds is Freek Slot aan het lassen, zagen, houten gangen en spanten buigen en alles wat er aan te pas komt om een schip op de oude werf in Edam weer zeewaardig te maken. ’Werfbaasje’, timmerman, metaalbewerker, levensgenieter die bij de dag leeft én romanticus. Want hij schrijft over zijn werfbelevenissen en het leven van alledag. En altijd dat onafscheidelijke sjekkie in de mond of de hand. Waar Freek is, is rook.

Vader
„Als jongetje van zes ging ik met mijn vader mee: Kick Slot. Die had samen met zijn compagnon de werf overgenomen van Manus Groot. Ik rommelde hier wat, timmerde spijkers in een balk. Van een oude klomp van Manus maakte ik een bootje. Ik zette er een mastje op en een spijker in de kop en liet het zeilen op het Boerenverdriet.”

Timmerman
„Er kwam een timmerman uit Kortenhoef op de werf, Piet Dekker. Die kwam gangen inzetten bij de botters. Dan mocht ik als jochie van tien helpen ’opmallen’. Toen ik twaalf was kreeg ik de lastang in mijn handen en klooide wat met fietsen om te leren lassen. Ik ging in Edam naar LTS de Zuiderzee, de ambachtsschool. Daar leerde je een deel van het vak. Het meeste leerde ik in de praktijk. Vanaf mijn achttiende ben ik gaan werken bij het jachtbouwbedrijf van mijn vader in Monnickendam. Daar bouwden we schepen en rondvaartboten voor Amsterdam.”

Scheepswerf Groot in Edam

Hout
„Dat is mijn tweede liefde. Ik werkte in de metaal en hout was mijn hobby. Ik timmerde stoeltjes in elkaar en kastjes. Dit kastje heb ik van oud hout van mijn opa gemaakt en het is er nog steeds. Mooi kastje toch, met een mooi geschaafd eendenbekje langs het bovenblad. De vuilnisbelt tegenover het Oorgat was mijn winkel. Daar haalde ik materiaal vandaan. Van oud hout timmerde ik van alles. Ik ben nu ook bezig tafels te maken en ik doe natuurlijk de botters. Verderop hangt een gang voor een botter die ik aan het krombranden ben.”

De Werf
„Toen ik de werf in 2003 overnam, was het wat ’troeperig’ hier. Er waren geen voorzieningen zoals vloeistofdicht beton en opvang-goten. Ik ben eerst een jaar gaan opruimen en repareren en toen konden we weer schepen hellingen. Ik noem mezelf nooit werfbaas, maar baasje. Ik timmer, las en ik schilder. Pas in 2016 hebben we het helemaal gekocht. Als we dat niet hadden gedaan, was de laatste werf van Edam (er waren er ooit 33) weg geweest. Wij kunnen hier hellingen tot dertig meter en honderd ton, dat kan ook niet overal. Ik krijg klanten uit Hoorn, Harlingen, Zaandam ze komen overal vandaan.”

Lees het paginagrote artikel op de bron: digitale NoordHollands Dagblad of de papieren krant van zaterdag 13 november