’Varende gouden koets’ glanzende blikvanger van Scheepvaartmuseum

De koninklijke chaloupe, beter bekend als de Koningssloep, heeft de afgelopen eeuw een nauwe band met marinestad Den Helder gehad. Het kostbare, ruim 200 jaar oude vaartuig, is een museumstuk geworden, maar kan nog steeds uitvaren.

,,Het spannendste moment in de Koningssloep was toen we voor een Amsterdamse brug lagen die niet open ging’’, vertelde Gé IJzerman een halve eeuw nadat hij commandant van de ‘gouden koets te water’ was. De Nieuwedieper voerde in 1962 als luitenant ter zee een groep adelborsten aan die koningin Juliana over de Amstel roeide. IJzerman wist in de jaren zestig niet dat hij een historische rol zou vervullen in de hoofdstad; als laatste marinecommandant van de Koningssloep.

Na 1962 is de Koningssloep namelijk nooit meer uitgevaren met een gekroond hoofd aan boord. Koningin Beatrix heeft de boot niet één keer ingeschakeld. Ook koning Willem Alexander, weliswaar een volbloed marineman, heeft tot op heden geen behoefte gevoeld de sloep op te roepen. Het is nu een pronkstuk van het Scheepvaartmuseum geworden. Toch… als het de koning behaagt kan de sloep weer uit de mottenballen worden gehaald.

De inzet van de Koningssloep is – de naam zegt het – voorbehouden aan vorst of vorstin. Het vaartuig werd besteld door koning Willem I. Die heeft er echter zelf geen gebruik van gemaakt; zijn nageslacht wel. Vooral koningin Wilhelmina was geporteerd van de blinkende sloep. Het scheepje van teak- en eikenhout is 17 meter lang en 2,6 meter breed.

Lees het gehele artikel op de bron: NHD Premium, alleen voor abonnees

Afbeelding: Gé Ijzerman op de koningssloep in 1962