Ter plekke: een dorp in de stad

Precies tussen Nemo en het Scheepvaartmuseum in Amsterdam ligt het Oosterdok, met daarin de Museumhaven en maar liefst twintig authentiek varende woonschepen.

Van oorsprong was het Oosterdok een drukbezochte zeehaven – tot in de jaren zestig van de vorige eeuw de IJtunnel werd aangelegd. Het gebied verloor binnen korte tijd zijn economische functie en kreeg een alternatieve bestemming: het werd een soort nieuwe entree van de stad. Zo hield het verleden toch een beetje stand.

In 1984 zocht een groepje bewoners van historische binnenvaartschepen een geschikte liglocatie. Ze besloten aan te meren op de lege plek bij de oostelijke IJtunnelpier. Een soort kraakactie dus. De gemeente gedoogde het en legaliseerde de haven later zelfs in het bestemmingsplan. De Museumhaven Amsterdam was geboren: varende monumenten te midden van een bijzondere verzameling historische gebouwen en moderne architectuur.

Bekommerende buitenstaanders
Ik raak er aan de praat met Piet Dekker, eigenaar van Krommenie 1, het eerste schip als je vanaf ARCAM het autovrije gedeelte van de haven in loopt. Terwijl ik met Piet naast zijn schip sta te praten, stapt er een vrouw van de fiets. ‘Meneer, ik ruik een soort brandlucht halverwege de kade en ik zou niet willen dat er zo’n mooie ouwe boot in de brand vliegt.’ We gaan samen even kijken en concluderen loos alarm. Maar wat voelt dat fijn, dat zelfs buitenstaanders zich zo bekommeren om de varende monumenten van Amsterdam.

De schepen vormen een brede verzameling historie op rij. Van tjalk en klipper tot luxe-motor en sleepboot. Bij elke steiger staat een bordje met informatie over het schip. Bewoners komen en gaan. Een vrouw haalt de was van de lijn en een klein meisje, dat het buurmeisje blijkt te zijn, stapt vrolijk over de luikenkappen en door het gangboord. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En dat is het voor hen ook. Dit is echt een dorp in de stad.

Lees het uitgebreide artikel van Renate Meijer op de bron: VLOTMagazine

EOC
RVEN