Steenwijkerland trekt de knip om meer klassieke houten ‘punters’ te krijgen

Er moeten meer klassieke houten punters in het water van Giethoorn varen. Volgens de gemeente varen er te veel polyester en aluminium boten in de dorpsgracht. En dat verstoort het beeld van idyllische dorp, met haar rietgedekte boerderijtjes en houten bruggetjes. Om de bouw van de punters te stimuleren, komt de gemeente met een subsidieregeling
Die regeling werkt volgens wethouder Scheringa van Steenwijkerland twee kanten op. Want als verhuurders meer houten punters in de verhuur willen, dan moeten die ook gebouwd worden. Dat is goed nieuws in de oren van punterbouwers Henk Wildeboer en Jan Schreur. Deze mannen zijn de laatste punterbouwers in Nederland.

Schreur en Wildeboer hebben een grote rol in de geschiedenis van Giethoorn. Er waren in vroeger tijden zelfs zestien van dit soort werfjes. Maar Schreur en Wildeboer zijn de allerlaatsten. De laatste echte klassieke punter die hier werd gebouwd, is alweer bijna drie jaar oud en moet binnenkort een nieuwe laklaag hebben. Er is in de punterbouw inmiddels vrijwel geen brood meer te verdienen.

Handwerk
“Punters bouwen is handwerk. Er zijn geen tekeningen van en je kunt het ambacht alleen maar overgeven van vader op zoon”, zegt Jan Schreur. Zijn zoon Jeroen staat klaar om het bedrijf over te nemen, maar dan moet er wel wat te bouwen zijn. “Ik hoop gewoon dat het straks weer heel zachtjes door draait, dat we weer kunnen bouwen.”

Subsidie
Steenwijkerland wil de ondernemers in het dorp niet alleen met een subsidie verleiden tot de aanschaf van klassieke punters. In de nieuwe vaarverordening voor het populaire waterdorp worden de houten punters bevoorrecht. De jaarlijkse afdracht aan de gemeente is voor een aluminium verhuurboot 1500 euro en voor een houten punter slechts 50 euro. Op die manier hoopt wethouder Scheringa de ondernemers te verleiden over te stappen op hout.