Schipper Teuben krijgt het aanbod van zijn dromen

Willem Teuben (1856-1929) was schipper op een 50-tons paviljoentjalk toen hij kennis kreeg aan de Oost-Friese boerendochter Engelina (1855-1929) uit Weener.

Zij trouwden op 5 februari 1882. Toen Teuben zijn jonge bruid scheep haalde, huilde ze bittere tranen, omdat een huwelijksgeschenk, een eikenhouten kastje, niet door de ingang van het paviljoendek kon.

Het jonge gezin Teuben voer tot 1911 op drie afgebeulde, misschien wel derdehands, houten tjalken: de Festina Lente, de Tijd is Geld en vervolgens de 90-tons tjalk Engelina van Weener.

Met het laatste schip kon alleen in het najaar en gedurende de winter worden gevaren, omdat ze rot was en een kattenrug had. Er was geen breeuwen tegen om het schip in de zomer dicht te houden. Op de drie ‘wrakken’ werden hun zeven kinderen geboren.

Ook al voer je alleen maar in het najaar en de winter, ook de rest van het jaar moest er worden gegeten. Willem Teuben legde zijn schip op bij Scheepswerf Prinses Juliana van de broers Prins in Gouderak en deed hier scheepsonderhoud: schilderen en teren.

Lees het uitgebreide artikel van Henk Zuur in de papieren of digitale Schuttevaer, alleen voor Schuttevaer-abonnees