Musea tonen interesse in Veronicaschip de Norderney

Na het faillissement als nachtclub krijgt het iconische zendschip de Norderney momenteel slechts een tijdelijke bestemming als restaurant. Nu er grote zorgen zijn geuit rondom de toekomst van het schip hebben Rockart en Museum Hoorn (Museum van de 20ste Eeuw) te kennen gegeven interesse te hebben om het schip in hun collectie op te nemen.

Naar aanleiding van de ‘noodkreet’ van René van den Abeelen op MediaPages, Spreekbuis en de HMC-dabladen heeft directeur Hans Stuijfbergen een reactie op de Facebook pagina van het Museum van de 20e Eeuw geplaatst: “Wat ons betreft komt het Veronica schip naast ons museum te liggen. Aan het Oostereiland in Hoorn. Met een permanente zeezender expositie”.

Ook Jaap Schut van het RockArt Museum laat aan Spreekbuis weten al langere tijd de wens te hebben om de Norderney onderdeel te willen maken van zijn popmuseum. RockArt heeft al veel historisch materiaal van het oude Veronica in bezit en nadat het 192 Museum op 31 augustus haar deuren zal sluiten, zal ook een groot deel van deze collectie hierheen gaan.

Ondanks dat het schip niet officieel te koop staat, verwacht Abeelen dat het schip voor een goede prijs wel over te nemen is. De hoge kosten gaan volgens hem vooral zitten in het deels in oorspronkelijke staat terugbrengen van het zendschip, waardoor het nostalgische zeezendergevoel weer kan terugkeren.

Het schip werd in 1949 als HH 294 Paul J Müller gebouwd door Deutsche Werft A.G. in Hamburg-Finkenwerder. De 49 meter lange IJslandtrawler heeft tussen 1950 en 1956 als vissersboot gevaren in de wateren van IJsland en kreeg in juli 1956 de naam NC 420 Norderney toen het schip werd verkocht aan de Niedersachsische Hochseefischerei GmbH.

In 1960 werd het toen 11 jaar oude schip verkocht aan een Nederlands bedrijf om gesloopt te worden. Begin 1964 werd de Norderney gekocht door de gebroeders Verweij, die de driekoppige directie vormden van Radio Veronica. Het moest het uit 1911 daterende voormalige Duits lichtschip Borkum Riff vervangen dat tot op de draad versleten was en daarnaast ook te krap was om nog langer te dienen als zendschip. Van de Borkum Riff werd het idee overgenomen om de naam zeer groot op de zijde te vermelden, zoals de gewoonte is bij lichtschepen.

De Norderney werd op de werf van de Zaanlandse Scheepsbouw Maatschappij in Zaandam verbouwd tot zendschip. Onder andere werden twee 25 meter hoge houten masten op het schip geplaatst voor de bevestiging van de zogenaamde ‘waslijnantenne’. De 50 meter lange Norderney was oorspronkelijk gebouwd als stoomschip. De ketels en motoren waren echter door de sloper al uit het schip verwijderd. In de ruimte die dit opleverde werd een ruime studio gebouwd en een ruime zenderkamer. In deze zenderkamer werd een Continental Electronics 316 C middengolfzender van 10 kilowatt geïnstalleerd.[1] Later werd een tweede zender van hetzelfde type geïnstalleerd als reservezender. In november 1964 nam het schip de taak van het oude zendschip over.

Daarnaast moet er een gemeente zijn die dit legendarische schip als publiekstrekken durft te omarmen. De Nordeney is volgens Schut lastig commercieel rendabel te krijgen en moet echt gezien worden als Nederlands cultureel erfgoed met hoge publieke waarde. Vooral een goede locatie vinden is volgens hem nog knap lastig. ‘De Haagse wethouder Richard de Mos heeft eerder aangegeven dat er geen ruimte voor het schip is in de haven van Scheveningen.’, aldus Schut.

Het schip ligt in de NDSM haven van Amsterdam waar het wordt verhuurd als evenementen lokatie en voor horeca. Eigenaar Nimet Akdemir laat het NHD weten in een mail: ,,Het schip staat niet te koop, het gaat goed met het schip en met mij.’’

RVEN
EOC