Liggeld Amsterdam mag van de rechter omhoog

Woonbootbewoners hebben bot gevangen bij de rechter over de verhoging van het liggeld. In vergelijking met 2019 is het tarief vorig jaar zo goed als verdubbeld. Voor sommige woonbootbewoners leidt de door de gemeenteraad vastgestelde verhoging tot financiële problemen. Tot en met 2019 bedroeg het liggeldtarief 6,67 euro per vierkante meter. Sinds vorig jaar is dat 13 euro voor schepen in de stadsdelen centrum, oost, zuid en west en 11 euro daarbuiten. Door de verhoging stijgen de woonlasten voor woonbootbewoners gemiddeld 100 euro per maand.

Vorig jaar vertelde Michel Groen dat zijn liggeld van 1500 naar bijna 3000 euro is gegaan. Een bedrag dat hij niet zomaar kan ophoesten. Dat is een probleem waar meer woonbootbewoners mee kampen. Daarom stapten zij gezamenlijk naar de rechter. Volgens veel woonbootbewoners is het onderhoud van een woonboot al duur en is het niet duidelijk waar de liggeldverhoging voor wordt gebruikt.

De rechtbank oordeelt echter ‘dat de gemeenteraad bij het voorbereiden en vaststellen’ van de verhoging ‘de negatieve gevolgen’ heeft beoordeeld en ‘dat hun belangen meegewogen zijn’. De rechtbank wil daarom niet op de stoel van de gemeenteraad gaan zitten en de verhoging terugdraaien. Dat zou alleen kunnen als ‘het tarief leidt tot een onredelijk en willekeurige belastingheffing’ die verkeerd is uitgepakt en die de raad ook niet voor ogen had, maar daar is volgens de rechter in dit geval geen sprake van.

Sander Rutten, voorzitter van de Woonbootvereniging Amsterdam (WVA), trok voor het proces samen met vier andere woonbootverenigingen op om het precariotarief aan te vechten. Samen vormden ze de Woonboten Coalitie Amsterdam (WCA). Hij noemt de beslissing van de rechter teleurstellend. “We hadden de hoop gekregen dat de rechterlijke macht het besluit zou terugdraaien en tegen de gemeenteraad zou zeggen dat ze nog eens kritisch naar het besluit moeten kijken”. Rutten wil nu terug naar de politiek.