Fluitschip was de motor van de Nederlandse economie

Vorige week was de Scheepspost het eerste medium dat met een artikel over het wrak van een fluitschip in de Finse Golf kwam. Daarna pakten verschillende media he op, zoals Nu.nl en de NOS. Ook in Trouw nu een uitgebreid artikel:

“Een fantastische vondst”, zegt Martijn Manders, hoofd van het Maritiem Programma Internationaal bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hij is dolblij met de ontdekking van een bijna volledig intact zeventiende-eeuws fluitschip in de Finse Golf. Scheepswrakken in Nederlandse wateren zijn doorgaans zwaar aangetast door paalworm en erosie door getijdenwerking. “Maar dit schip ligt in heel diep, koud en brak water, waar de paalworm niet gedijt. Op foto’s zie je dat de buitenhuid maar heel licht door erosie is aangetast.”

Fluitschepen waren de motor van de Nederlandse economie van de zeventiende eeuw: ze konden veel lading bergen (200 ton) met tien bemanningsleden; vergelijkbare Engelse schepen hadden er wel dertig nodig. Fluitschepen werden veel gebruikt voor de graanhandel met Oost-Europa. Ze waren extra rendabel doordat ze een bol ruim combineerden met een smal dek: in de Sont hieven de Denen tol op basis van de grootte van het dek.

Berging van het schip, dat werd gevonden door duikers van een Fins team, ‘zou natuurlijk geweldig zijn, maar kost ettelijke miljoenen’, vertelt Manders. De stabiele conditie van het schip zou een argument tegen zo’n dure operatie kunnen zijn: er staan meer wrakken op het verlanglijstje en andere zijn er slechter aan toe. “We kunnen het geld maar één keer uitgeven”, zegt Manders. “Zo hebben we in 2017 en 2018 het toen ernstig bedreigde VOC-schip De Rooswijk voor de kust van Kent, Engeland, opgegraven.”

Er moet bekeken worden of maatregelen nodig zijn om het schip, dat op 85 meter diepte ligt, in huidige staat te bewaren. Het wrak heeft al zijn masten verloren, vermoedelijk door een vissersnet. “Omdat het zo diep ligt, moeten we in plaats van duikers wellicht een onbemande onderzeeër naar beneden sturen”, zegt Manders. Het is overigens niet zeker of het een Nederlands fluitschip is. Manders: “De schepen werden vanaf midden zeventiende eeuw een exportproduct.”

Lees het gehele artikel op de bron: Trouw

Beeld Jouni Polkko, Badewanne