Extra steun voor Varend Erfgoed, hoe verdeelt OCW dat?

Geweldige berichten voor de chartervaart, er komt 15 miljoen voor het Varend Erfgoed beschikbaar én de huidige economische maatregelen voor bedrijfssteun blijven langer gelden. De TVL loopt nu door tot zomer 2021, waardoor schepen welke hun omzet boekten in het vierde of eerste kwartaal ook een substantiële bijdrage kunnen krijgen. 

Geweldige berichten voor de chartervaart, er komt 15 miljoen voor het Varend Erfgoed beschikbaar én de huidige economische maatregelen voor bedrijfssteun blijven langer gelden. De TVL loopt nu door tot zomer 2021, waardoor schepen welke hun omzet boekten in het vierde of eerste kwartaal ook een substantiële bijdrage kunnen krijgen. 

Nadat vorige week bekend werd dat er 15 miljoen beschikbaar komt voor de Bruine Vloot komt nu de vraag welke partijen aanspraak gaan maken op deze bijdrage. Hoe gaat het ministerie van OCW dit verdelen? Gaat dit gebeuren op basis van SBI codes van de Kamer van Koophandel of op andere gronden? Dit is op dit moment nog onduidelijk. Daarvoor moeten we wellicht ook terug naar de voorgeschiedenis. 

De tekst van de Rijksoverheid is de volgende: 

€ 15 miljoen komt,
met inzet van het ministerie van EZK,
beschikbaar voor behoud van het varend erfgoed
(de zgn. bruine vloot)

Dat het geld voor de Bruine Vloot via het ministerie van OCW komt is een heel belangrijk punt: voor het eerst wordt het varend erfgoed gezien als cultureel van belang; iets wat behouden moet blijven. Dat was ook de insteek van de Tweede Kamer, waar de BBZ hard lobbyde voor een noodfonds voor de chartervaart. Met name Tjeerd de Groot en Kees Verhoeven van D66 maakten zich sterk en verenigde de coalitie-partijen in de Tweede Kamer om het Varend Erfgoed extra te steunen. Gesprekken met Commissarissen van de Koningin en met Staatssecretaris Mona Keijzer speelden daarbij zeker ook een grote rol. De manifestatie van de Hollandsche Zeilvloot bij Pampus was een geweldige schijnwerper op deze erfgoedwaarde, welke breed in de nationale en internationale pers werd besproken. De basis van deze actie was de schepen te kunnen behouden vanwege hun cultuur-historische waarde. Ook behoudsorganisaties van het Varend Erfgoed hebben hiervoor bij de politiek aangeklopt. Alle acties om varend erfgoed te behouden hebben meegeholpen om tot hier te komen.

Zo raakte uiteindelijk ook de ministerraad overtuigd en ging er 15 miljoen van de begroting van Economische Zaken en Klimaat (EZK) naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), bestemd voor de Bruine Vloot. De chartervaart wordt hiermee duidelijk geaccepteerd als cultureel van belang, en krijgt daarvoor extra steun, naast de overige Corona-maatregelen als TOGS en TVL die er zijn voor alle bedrijven, ook die in de chartervaart. De meerwaarde is duidelijk de erfgoedwaarde die de chartervaart heeft.

Monumentale status voor Varend Erfgoed
Achter de schermen wordt al jaren gepraat om het Varend Erfgoed als cultureel erfgoed ook een monumenten status te geven. Onder andere Martine van Lier, directeur van het FIM (Federatie Instandhouding Monumenten) en adviseur van de Federatie Varend Erfgoed Nederland (FVEN) komt zeer regelmatig bij het ministerie van OCW om ondermeer het belang van het mobiel erfgoed naar voren te brengen. De behoudsorganisaties van het varend erfgoed hebben zich verenigd in de FVEN en hebben op vraag van OCW een register van het Varend Erfgoed opgezet om duidelijk te maken waar het om gaat wanneer gesproken wordt over Varend Erfgoed. Ook de FVEN trekt er hard aan om het Varend Erfgoed een monumentale status te geven.

Varend Erfgoed als cultureel belangrijke sector
De Bruine Vloot heeft deze subsidie van 15 miljoen nu gekregen omdat gezien wordt dat ze een culturele waarde vertegenwoordigt: varend erfgoed. De overheid wil specifiek deze groep ondersteunen, met meer inzet dan veel andere bedrijven die het moeilijk hebben door Corona. Deze erkenning is misschien op termijn nog veel meer waard dan 15 miljoen euro. In de toekomst kunnen wetten en regels beter getoetst gaan worden op de schade die ze toebrengen aan deze cultureel belangrijke sector. Of kunnen subsidie beschikbaar komen voor het behoud van Varend Erfgoed. De chartervaart heeft deze erkenning gekregen door samen op te trekken met alle andere partijen van het Varend Erfgoed, en kan deze partijen nu niet negeren.

Binnen het Varend Erfgoed zijn meer schepen die vaartochten organiseren met betalende gasten om het varend erfgoed te behouden. Botters bijvoorbeeld, of stoomboten, maar zo zijn er meer. Ook deze zijn in de problemen gekomen door de beperkingen i.vm. Corona. Zij kregen geen steun als TOGS, TOZO, NOW of TVL maar raakten wel hun financiële buffer kwijt vanwege beperkte inkomsten en noodzakelijk onderhoud. Ook deze schepen zijn in beeld bij OCW en kunnen aanspraak maken op een deel van de subsidie die nu beschikbaar komt. Hun verlies van omzet door Corona-beperkingen lijkt echter gering in vergelijking met de professionele chartervaart.

Verlies van omzet door Corona-maatregelen
Op dit moment lijkt het erop dat de insteek van de Tweede Kamer en ook van ambtenaren van OCW meer bedoeld lijkt voor de bedrijfsmatige vaart. De verdeelsleutel is nu nog onbekend. Misschien komt deze bij het Restauratiefonds te liggen, de uitvoeringsinstantie van het ministerie van OCW. Zij hebben ook de aanvragen voor de Corona gerelateerde  ‘Opengestelde Monumenten Lening’ verzorgd, waarbij aanvragers met cijfers lieten zien welk deel van hun inkomsten door Covid-19 beperkingen was verdwenen. De BBZ en de FVEN zullen de ontwikkelingen op de voet volgen. 

Alle steun welkom voor de chartervaart
Intussen is alle extra steun bijzonder welkom voor de bedrijven in de chartervaart. Boekingen voor volgend jaar lopen op dit moment achter, er staan wel reizen gepland maar deze zijn al deels betaald in 2020. Het aantal aanvragen op dit moment is circa een kwart van wat normaal was. Het uitstel van de certificaat plicht voor schepen tot 23 september komt snel dichterbij, dan moeten alle schepen weer in bezit zijn van een geldig certificaat. Voor sommige schippers zijn dat lastige kosten op dit moment. Maar met de steun die in zicht komt kunnen de schippers ervoor zorgen dat de schepen aan het begin van het seizoen 2021 weer vaarklaar zijn. 

Of schepen zich op de een of andere manier beter kunnen klaarmaken voor een Corona-maatschappij is nog een heel andere vraag. Hierbij zou je kunnen denken aan het aanpassen van hutten of de ventilatie in de schepen verbeteren. Productontwikkeling in zo’n onzekere tijd als nu valt echter niet mee. Afgelopen jaar bestond dat veelal uit een aanpassing van de capaciteit en in veel gevallen een verlaging van de prijs.

Tevens hebben we gezien dat er in een andere richting marketing werd bedreven, zo werd het afgelopen jaar relatief meer met Nederlanders gevaren, en met families of met individuele inschrijvingen. Wellicht is de herontdekking van de chartervaart door de Nederlanders een blijvertje. Daarnaast traden er verschuivingen op in de manier waarop schepen aan nieuwe groepen kwamen.

Afbeelding: de chartervaart vaart weer een klein beetje, maar de donkere wolken hangen er nog boven. Foto: Wouter van Dusseldorp