Drieduizend platbodems

Er zit jonge haring in de Waddenzee. Het opent de deur voor een volgende stap: terugkeer van de Zuiderzeeharing, die verdween na het dichten van de Afsluitdijk. Daar visten rond 1900 maar liefst 3.000 platbodems.

Bij een proef met fuiken in de oostelijke Waddenzee telden onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee in april ruim drieduizend jonge haringen per vangst. In juni waren het er vijfduizend. ,,Opvallend veel’’, meldt Hein Sas van het Programma naar een Rijke Waddenzee.

De haringen moeten in de directe nabijheid zijn geboren, mogelijk in het Lauwersmeer als kraamkamer. Door het visvriendelijk openzetten van de sluizen kunnen de haringen hier beter in en uit zwemmen. En dat biedt volop mogelijkheden voor het IJsselmeer. Bij de Afsluitdijk wordt een vismigratierivier aangebracht.

In de vorige eeuwen leefden tientallen vissers van de haringvangst in de oude Zuiderzee. Het brakke water was hier een ideale kraamkamer. De Zuiderzeeharing was befaamd; de soort is iets kleiner en dikker van stuk dan de Hollandse Nieuwe die verder weg wordt gevangen. Gebakken of gerookt (als Lemster bokking) vond hij zijn weg.

De Zuiderzeevisserij was rond 1900 op haar hoogtepunt. De vissers hadden samen drieduizend platbodems in de vaart. Ze visten op haring, ansjovis, paling, bot en garnalen. Alleen Lemmer telde al honderd vissersschepen. Na de afsluiting door de Afsluitdijk in 1932 was het water binnen anderhalf jaar verzoet. Een paar jaar later was het gedaan met de haring, ansjovis en bot. In het IJsselmeer hielden alleen paling, snoekbaars en spiering stand. De Urker vissers verlegden hun werkgebied naar de Noordzee. Vele anderen stopten. Door visvriendelijk spuibeheer krijgen de vissen de laatste jaren meer bewegingsruimte. Een nieuwe vismigratierivier in de Afsluitdijk gaat de Waddenzee en het IJsselmeer verbinden, zodat vissen dan weer vrij kunnen zwemmen tussen zoet en zout water.

EOC
RVEN