De walvisvaart: goudmijn van het noorden (?)

De Nederlandse walvisvangst heeft vier eeuwen geduurd. Een nieuw boek laat zien dat de bedrijfstak maar bij vlagen winstgevend is geweest.

Commandeurs van walvisschepen hielden journaals bij van hun walvisvaarten naar Spitsbergen in het uiterste noorden en Straat Davis tussen Groenland en het Amerikaanse vasteland. Vaak dorre notities van koersen en windrichtingen, veel daarvan is verloren gegaan. Maar als de gebeurtenissen dramatisch genoeg waren, of als het leerzaam kon zijn voor andere walvisvaarders, werd daar soms een boek van gemaakt.

In Een zee van traan, het onlangs verschenen overzicht van vier eeuwen Nederlandse walvisvaart, citeren Jaap R. Bruijn en Louwrens Hacquebord geregeld uit zulke verslagen. Van Hidde Kat, de Amelander commandeur die een scheepsramp bij Groenland in 1777 overleefde, tot een anonieme chirurgijn, die in 1779 Straat Davis op rijm beschreef:

Want eenzaam is die kust, men ziet er heel geen bomen,
Men hoort er geen geruis van zoete waterstromen
Men ruikt er ook geen geur van plant of edel kruid,
‘t Niets dan door dor gewas dat uit de klippen spruit.

Ze vonden zelfs een beeldende beschrijving van hoe je moest poepen aan boord, bij Johann Dietz, een Duitse arts in 1690.

‘Geen mens mag op het schip zijn behoefte doen, tenzij hij ernstig ziek is; anders moet hij naar buiten, op de scheepsboorden stappen, met een hand de broek en om zich vast te houden met de andere een vastgemaakt touw grijpen, ook al zwenkt het schip met volle zeilen heen en weer. Dat was voor mij wel de grootste bezoeking, totdat ik van de commandeur toestemming kreeg in zijn kajuit op het privaat te gaan. Wat mij echter zeer slecht is bevallen en waar ik kletsnat weer vandaan kwam omdat het achterdeel van het schip plotseling in de diepte ging zodat de zee door het gat omhoog klotste, daarom moest ik oppassen met dat voorrecht.’

Zulke details geven levendigheid en avontuur aan dit boek. En dat heeft het nodig, want Hacquebord (voormalig directeur van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen) en Bruijn (oud-hoogleraar zeegeschiedenis aan de Universiteit Leiden) geven in Een zee van traan vooral een zakelijk beeld van de walvisvaart. Iets als de sterk veranderde kijk op dieren, waardoor Nederlandse walvisjacht in deze tijd ondenkbaar zou zijn, zit er niet in.

Lees het gehele artikel op de bron: LC plus

Afbeelding: Een schets uit het journaal dat Robert Fotherby in 1613 bijhield.

Kijk hier voor de uitgever van ‘Een zee van traan’.

RVEN
EOC