De schipbreuk van Pietebel Zwarthoed

In juli vorig jaar werden een gietijzeren ketel en een steengoedkruik in het wrak van een vissersschip gevonden. Het schip werd leeggezogen en verder onderzocht. Naar nu blijkt uit naspeuringen van archeoloog Wouter Waldus draait het hier om het wrak van de Volendammer kwak VD10 van Pieter (Pietebel) Zwarthoed. Waldus deed eerder onderzoek naar de sarcofaag van Etersheim.

De vindplaats bij Uitdam

VOLENDAM Was hij net uitgevaren om te gaan vissen of met een botter vol vis op weg naar thuishaven Volendam? We kunnen het Pieter Zwarthoed niet meer vragen. Op 19 november 1900 leed hij schipbreuk bij Uitdam. Aangevaren door een Friese tjalk. De resten van zijn Volendammer Kwak (een groot soort botter) werden vorig jaar opgedoken bij onderzoek naar de versterking van de Markermeerdijken.

De kwak VD10 is geen hoogwaardige archeologische vondst, blijkt uit het onderzoek. Maar het voegt weer een hoofdstuk toe aan de Zuiderzeehistorie, zegt archeoloog Jan-Willem Oudhof uit Spijkerboor. Hij is directievoerder archeologie voor de Alliantie Markermeerdijken en brengt de bodemschatten in kaart. „Het hier onderzochte scheepswrak is een ’petite histoire’ die de maritieme geschiedenis van deze binnenzee op fraaie wijze illustreert”, aldus het onderzoeksrapport.

Negentiende eeuw
Het houtwerk van het scheepswrak is er slecht aan toe, maar toch werden er dendrologische monsters genomen om door telling van jaarringen de leeftijd te bepalen. Het schip blijkt in het derde kwart van de negentiende eeuw te zijn gebouwd. Wat ook wordt afgeleid uit vondsten in de kombuis. Uit de verzamelde gegevens over het wrak blijkt het om ’een middelgroot vissersschip’ te gaan met een relatief groot voorschip. „Deze constructies zijn bekend bij botter-achtige schepen en schepen die bekend zijn onder het scheepstype kwak”, aldus de rapportage die ook verwijst naar Peter Dorleijn die de botterhistorie van de Zuiderzee nauwgezet in kaart heeft gebracht.

Lees het gehele artikel op de bron: NHD

EOC
RVEN