De Nachtwacht in de tweede Wereldoorlog

Iedere maand plaatst Maritiem Media een artikel over een deel van Nederlands Maritieme Geschiedenis, geschreven door Jos Hubens. In mei is het een artikel over hoe de Nachtwacht en andere schilderijen in de oorlog werden verborgen voor de Duitsers.

De Nachtwacht is het bekendste en beroemdste schilderij van Rembrandt Harmenszoon van Rijn (1606-1669). Rembrandt schilderde het meesterwerk tussen 1639 en 1642.

Op 24 augustus 1939 werd in Nederland de voormobilisatie afgekondigd. Een beslissing met ingrijpende gevolgen, ook voor musea. Want hoe en waar bescherm je een beroemd groot schilderij als De Nachtwacht tegen oorlogsgeweld? Een degelijke schuilplaats was er nog niet, daarom was noodopvang nodig.

Een dag na de voormobilisatie onderneemt de gemeente Amsterdam al de eerste stappen. Ze verwijdert kunst uit het Stedelijk Museum, het stadhuis en de universiteit van Amsterdam. Deze werken vinden een tijdelijk verblijf in de laadruimen van vier binnenschepen nabij het Alkmaardermeer. Als gevolg van deze noodoplossing, door sensatiezucht opgeblazen, ging in die tijd de hardnekkige mythe rond dat De Nachtwacht, in een grote zinken koker ingesoldeerd, op de bodem van dit meer rustte.

Na de oorlog speelt het vrachtschip Van God Gegeven van familie M. Kluytenaar uit Dordrecht een belangrijke rol om de Nachtwacht veilig terug te brengen naar het Rijksmuseum in Amsterdam.

Lees het gehele artikel op de bron: Maritiem Media

Afbeelding: De Van God Gegeven van familie M. Kluytenaar na de Tweede Wereldoorlog onderweg Foto archief P. Kluytenaar