Archeoloog zoekt nazaten van een gereformeerde schipper

Maritiem-archeoloog Yftinus van Popta heeft van een scheepswrak uit de Zuiderzee de naam en (waarschijnlijk) de eigenaar ontdekt. Nu zoekt hij de nazaten van de eigenaar, en die vermoedt hij onder lezers van het Nederlands Dagblad.

Van de 450 scheepswrakken die er in de voormalige Zuiderzee teruggevonden en onderzocht zijn, hebben wetenschappers slechts van een stuk of drie, vier de namen en de schippers weten te achterhalen. Nee, vijf: ­Yftinus van Popta stuitte op een wrak waarin papiersnippers teruggevonden waren. Van een bijbeltje (?), en van een krant. En zette zijn tanden erin. Het wrak dat in 1979 de naam QZ18 kreeg – naar het kavel van de polder waarin het werd gevonden – heeft nu zijn eigen naam terug: De Drie Gezusters.

Van Popta beheert de Nederlandse Scheepswrakken Database Flevoland, maar wilde zijn onderzoeksterrein verleggen. Hij zette een nieuwe database op: van alle scheepsrampen op de Zuiderzee in geschreven bronnen. Archeologen komen bijna nooit achter de concrete informatie over de achtergronden van een schip en zijn bemanning.

Maar Van Popta vermoedde dat het vooral voor de negentiende eeuw ook andersom kan werken: dat je op basis van krantenknipsels of andere geschreven bronnen een door archeologen opgegraven wrak kunt identificeren.

Papiersnippers
Bij het aanleggen van die database stuitte hij op een schip dat al in 1979 door archeologen was opgegraven. Daar waren namelijk papiersnippers op gevonden. Geschreven bronnen dus, zelfs nog leesbaar na negentig jaar in zout water en ontziltende poldergrond.

Dat ‘bijbelsnippertje’ was helemaal geen bijbelsnippertje, ontdekte Van Popta al snel. ‘Ik ben er genoeg mee vertrouwd om een bijbelflard te kunnen thuisbrengen. Maar op dit snippertje stond ook “ds. van V. zal …” – en dominees, die komen in de Bijbel niet voor.’

Een andere digitale database, die van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, bracht uitkomst. ‘Ik typte trefwoorden in en ontdekte dat het woord David niet uit de Bijbel kwam, maar een woord uit de titel was van een boek van J. Verhagen: Oude David. Eene geschiedenis uit het begin der Afscheiding.’ Het boek werd uitgegeven in 1889. De scheepsramp moet dus in of na dat jaar hebben plaatsgevonden, wist Van Popta.

Hij ging op zoek in gedigitaliseerde jaargangen van kranten van na 1889, naar een vergaan steenkolenschip bij Harderwijk. Hij vond een bericht van 20 juni 1893, uit de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, dat melding maakte van het vergaan van het schip De Drie Gezusters, en van de redding van schipper W. Meijer uit Wildervank, zijn vrouw en zijn kind. De steenkolen waren bedoeld voor de gemeentelijke gasfabriek, leert het stukje nog.

Kinderflesje
Maar Van Popta heeft nog raadsels genoeg – en hulp is welkom. ‘Ik heb recent van iemand gehoord dat het zou kunnen gaan om schipper ­Wietse Meijer, die aan boord woonde, maar in Wildervank ingeschreven stond. Deze W. Meijer kreeg uiteindelijk tien kinderen, van wie er één in 1893 geboren is. Aan boord vonden we inderdaad een kinderflesje.’

Deze Wietse Meijer is in 1930 overleden, wat betekent dat er onder zijn nazaten nog verhalen over hem bekend kunnen zijn. Een scheepsramp wordt op verjaardagen wel doorverteld … ‘Wat ik zoek zijn mensen die dit verhaal uit de familieoverlevering kennen. Een fotootje zou helemáál mooi zijn. Dat zou moeten kunnen.’

Lees het gehele artikel op de bron: ND

Afbeelding: Het scheepswrak van de Drie Gezusters. (beeld: Rijksuniversiteit Groningen)

RVEN
EOC