Albert Wolting vertelt in het Scheepsjournaal over de aak Vriendentrouw

Op de Amstel in Amsterdam tegenover Carré ligt de aak Vriendentrouw. Een mooi gaaf scheepje. Het is een zogenaamde hagenaar. Die benaming is gekoppeld aan de afmetingen van het schip. Met dit formaat schip kon men vroeger in Den Haag komen. Het laadvermogen was 110 ton. Het schip werd in 1906-1907 gebouwd.

Tien jaar later werd de Hoogeveense schipper Johannes Ooms (1868-1956) eigenaar van het schip. Het gezin van Johannes en Trijntje Ooms-Kikkert bestond uit vijf zoons en twee dochters. Johannes had hiervoor een houten praam. Dus was dit een grote verbetering, alleen al als het om lekkage ging. Een stalen schip was waterdicht, een praam nooit. De Vriendentrouw was een snel en stabiel schip. Als men verwaaid in Schokland op beter weer lag te wachten, was Johannes altijd één van de eersten die vertrok richting Amsterdam.

Beurtvaart
Schipper Ooms onderhield een beurtdienst vanuit Klazienaveen naar Amsterdam en omgeving. Men vervoerde turfmolm vanuit Drenthe naar de Rijtuigen Maatschappij aan de Overtoom in Amsterdam. De turfmolm werd gebruikt in de paardenstallen. Retour werd er lading ingenomen voor de bakkers, die op de route Zwartsluis naar Klazienaveen woonden. Men vervoerde meel, suiker, chocolade, bonen, stroop, rijst enz. Daarnaast werd er ook marmer voor steenhouwerij de Willigen in Hoogeveen vertransporteerd. Die retourvrachten pikte Ooms op via verschillende bevrachters zoals Braakman en Co aan de Kromme Waal 32 in Amsterdam. De lading voor Drenthe lag daar dan op dekschuiten te wachten. Ook op de Zaan had hij diverse connecties, zoals de Fa. Bets en Zonen.

Trouwe Hulp
De Vriendentrouw was een zeilschip. Was er geen wind dan moest het getrokken worden. Het was een enorme verbetering toen men begin jaren ’30 een opduwer aanschafte. Dat was een klein bootje met een negen pk Bronsmotor er in. Het kreeg de naam Trouwe Hulp. Vanaf dat moment was men niet meer afhankelijk van de wind. Die verbetering was merkbaar in het feit dat de beurtdienst één keer per 14 dagen werd gevaren. Daarvoor was het één keer per drie weken. In 1943 stopte Johannes Ooms met varen en ging met zijn vrouw en jongste dochter aan het Schut wonen in Hoogeveen. Zijn zoon Arend heeft de beurtdienst tot 1952 in stand gehouden.

Lees het gehele artikel op de bron: Hoogeveensche Courant