195 scheepswrakken, botresten en aardewerk: De Noordoostpolder is een archeologische schatkamer

Maritiem archeoloog Yftinus van Popta (35) is beduusd van alles wat hij ontdekt in de bodem van de Noordoostpolder. Middeleeuwse dorpen en scheepswrakken met een verhaal. ‘Ik kan mijn ogen soms niet geloven.

De fascinatie voor een kaart zette maritiem archeoloog ­Yftinus van Popta (35) op een spoor van ontdekkingen. Hij trof die kaart aan in een hal van Batavialand, het ­geschiedkundige museum te Lelystad. Ze is kort na de drooglegging van de Noordoostpolder gemaakt en toont een overzicht van alle landbouwkavels, met op die kavels allemaal stippen.

Elke stip staat voor een archeologische vondst tijdens de ontginning van de bodem, die honderden jaren aan de Zuiderzee heeft toebehoord en die na de drooglegging in de jaren veertig gereed werd gemaakt voor akkers en weilanden. “Het gaat om zo’n 195 scheepswrakken”, zegt Van Popta. “En duizenden botresten, aardewerk, bakstenen en dakpannen.”

Die laatste werden altijd beschouwd als materiaal dat overboord is gegooid of geslagen bij de schepen die over de Zuiderzee voeren. “Dat vond ik vreemd”, zegt Van Popta. “Want dat materiaal dateert uit de periode van 1050 tot 1250, terwijl er geen scheepswrakken uit die tijd zijn aangetroffen. De oudste dateren uit de tweede helft van de dertiende eeuw. Het kon toch niet zo zijn dat die wrakken allemaal waren uitgerust met aardewerk dat in die tijd al antiek was? Wat als dat materiaal betekent dat er nederzettingen waren? Wat als er, naast de voormalige eilanden Urk en Schokland, meer plekken in het Zuiderzeegebied bewoond zijn geweest?”

Lees het uitgebreide artikel op de bron: Trouw