De laatste Biesboschvaarders

Het schippersgeslacht Ten Haaf is al generaties lang verbonden met de Biesbosch. Leen ten Haaf is er trots op: ‘Wij hadden daar ons bestaan aan, wij waren vervoerder.’ Zijn voorvaderen deden uitsluitend Biesboschwerk. Leens overgrootvader voer tot 1896 met een houten zeilscheepje van 18 ton, zijn grootvader liet een ijzeren zeilaakje van 26 ton bouwen, waarmee hij doorvoer tot 1940. ‘Toen ging de tijd nog niet zo hard.’

De Janny (1928, 75 ton) van de familie Ten Haaf geladen met vlas.

Lading bestond hoofdzakelijk uit Biesboschproducten: riet, hout, griendproducten. Het werd voornamelijk lokaal getransporteerd, van de rietgorzen naar de vaste wal. Leens vader begon op een scheepje van 46 ton, verruilde het voor een 75-tonner die hij spoedig verlengde naar 100 ton. Met het oog op de toekomst, die steeds meer buiten de Biesbosch kwam te liggen. Want het bestaan van het geslacht Ten Haaf mag dan eeuwenlang in het getijdengebied hebben gelegen, alles veranderde met de uitvoering van het Deltaplan.

Lees het uitgebreide artikel van Corine Nijenhuis in de papieren of digitale Schuttevaer, alleen voor Schuttevaer-abonnees

Foto: Links de “Zorg en Vlijt” uit Drimmelen met bovenhut, rechts een schip uit Giessendam met een open stuurstand. De deklast bestond uit hout (donker in de deklast) en riet (lichte kleur), bestemd voor het maken van zinkstukken. De foto dateert uit de jaren zestig. Foto: Biesbosch.nu

 

RVEN
EOC