Scheepspost is de digitale nieuwsbrief voor het

Varend Erfgoed in Nederland. Het is een uitgave van Wouter van Dusseldorp. Het auteursrecht berust bij de oorspronkelijke bronnen.

Heb je zelf nieuws voor de Scheepspost, mail dan aan wouter@scheepspost.info

Een vrijwillige bijdrage van € 15,- kan je overmaken
naar
"Maritiem Dus",
IBAN NL96 TRIO 0198 1437 02

   Scheepspost 161, 14 feb. 2018
Scheepspost wordt mede mogelijk gemaakt door:
EOC

FVEN



















Next Generation Shipyards
Bureau Scheepvaart Certificering
Traditionele Schepen Beurs

Shiptron

Bataviahaven
Scheepsmakelaardij Enkhuizen
Akwadrant
defotoboot
Windseeker
Eisma Houtwerk

info@postverzekert.nl

Fikkers
Patrijspoorten
NagelHard
Hi-Tek
Piet Blaauw
Zeiltocht op IJsselmeer en Markermeer met zeilschip, klipper, tjalk of groot zeilschip



Register Holland

Museumhaven Willemsoord

zeilklippers

Doeve Makelaars
Rood boven groen
Zeilmakerij Molenaar
watererfgoed
Scheepswinkel Van Meer
Hilbrands IJzerwerkplaats
SRF
Next Generation Shipyards






Voor evenementen rond het
Varend Erfgoed kijk je hier






— Historische koftjalk promoot 11Fountains
— Noeste arbeid aan half eeuw oud schip
— Basistraining matroos en Vervolgtraining matroos

— Als jongen in de binnenvaart, Harm Boon

— Reddingsplan voor Dieverdoatsie in de maak
— Foto van de week

— Erfgoed van de Week | Een ijsbreker in Amsterdam

— Museumschip De Buffel gered van de sloop
— Aan mijn steiger: Rivierklipper als thuis

— Kustgemeenten België willen schip van wereldzeiler niet

— Proefproces Noorderhaven komt
— De kaping van de laatste VOC-vloot (1795)



— Historische koftjalk promoot 11Fountains



De historische koftjalk Tromp was afgelopen week in Rotterdam om daar het Culturele Hoofdstadproject 11Fountains. Een delegatie van 11Fountains was aan boord van het schip dat aan de Wilhelminapier lag. De Tromp is ingericht voor onder andere dit soort exposities.

Het 11Fountainsproject realiseerde 11 fonteinen in de elf Friese steden. Geen elfstedentocht, maar wel verbonden door water. De fonteinen zijn gemaakt door internationale topkunstenaars uit elf verschillende landen. De makers zijn niet willekeurig gekozen: er werd gezocht naar een match tussen het werk van de kunstenaar en het karakter en de geschiedenis van de betreffende Elfstedenstad.

11Fountains vormt samen nieuw cultureel erfgoed en is een niet te missen bestemming voor nationale en internationale toeristen. Dit grootste internationale kunstproject van Leeuwarden-Fryslân 2018 wordt ondersteund door de Provincie Fryslân en de zes betrokken gemeenten. De fonteinen zijn vanaf 18 mei te zien in de verschillende steden.

Aan boord van de tjalk kunnen mensen onder andere maquettes van de fonteinen bekijken en krijgen ze informatie over Fryslân.
Kijk hier voor de elf fonteinen 
Bekijk hier meer info over de koftjalk Tromp  




— Noeste arbeid aan half eeuw oud schip


Een Excalibur 36

Buiten is het rond het vriespunt, maar Jacob de Vries is met zijn hoofd al in zomerse sferen. Zodra hij vrij is, werkt hij aan de restauratie van een zeilschip van ruim een halve eeuw oud.

‘Zie je hoe mooi het gebouwd is? Kijk, als je er zo voor staat, heeft het iets van een walvis, zo mooi gestroomlijnd.’’ Haast verliefd kijkt de 62-jarige De Vries in de felle februarizon naar de aankoop die hij vorige zomer deed in Enkhuizen: een excalibur 36, een schip uit 1962 van de Nederlandse ontwerper E.G. van de Stadt.

Vijftig exemplaren zijn er van gebouwd op een werf in Kent. Voor zover bekend zijn er nog achttien over, waarvan drie in Nederland. „Het is een van de eerste in serie gebouwde polyester jachten, de grote zus van de Pionier”, weet de Leeuwarder, die al decennia een fervent bootliefhebber en (wedstrijd)zeiler is.

Op Marktplaats stuitte hij tot zijn verrassing op de excalibur. „De eigenaar zou er een wereldreis mee maken, maar vanwege een scheiding ging dat niet door.” Samen met IJsbrand Jepma, van de gelijknamige jachtservice in Grou, haalde De Vries het schip op uit Enkhuizen. Over het IJsselmeer naar Stavoren.

En toen kon het grote werk beginnen: strippen en opnieuw opbouwen. „Aan de buitenkant moet alle beslag er weer op om er mee te kunnen zeilen, van binnen was de boot zo goed als kaal. Deze winter heb ik alle elektriciteit er weer in gezet”, vertelt De Vries, naar eigen zeggen een technisch autodidact. Het mooie was: de vorige eigenaar had al het nodige gekocht voor de boot, zoals navigatieapparatuur en een nieuwe motor. Ook had hij er al een nieuwe mast en staand want op gezet. Dat scheelde een hoop kosten, én een bult werk.
Lees het gehele artikel op de bron: de LC via blendle (€ 0,19



— Basistraining matroos en Vervolgtraining matroos eind maart   



Speciaal voor aankomende matrozen in de zeilende chartervaart, maar ook voor andere belangstellenden, is een trainingsprogramma samengesteld. Deze training vindt plaats op 24 en 25 maart, op de Bataviawerf en de zeilschepen Bounty en Res Nova. In 2 dagen leer je alle noodzakelijke theorie en vaardigheden om als professionele matroos in de traditionele zeilvaart te kunnen werken met speciale aandacht voor het omgaan met dwarsgetuigde tuigage.

Op dag 1 behandelen we de oude geschiedenis van het VOC zeilen en ook hoe men vroeger de zeilen maakte en repareerde, de zeiltermen worden besproken als ook het leven aan boord. Vervolgens wordt de overstap gemaakt naar zeilschip Bounty en zal de theorie in praktijk worden gebracht.



Na een overnachting aan boord van de Res Nova zal na het gezamenlijk ontbijt het programma van dag 2 opstarten. Tijdens deze dag komen er diverse zeil manoeuvres aan bod waarbij de matrozen verschillende rollen zullen vervullen.

Bij voldoende belangstelling volgt daarna de vervolgtraining die 3 hele dagen duurt aan boord van de Res Nova. Tijdens de vervolgtraining ga je het geleerde toepassen en oefenen in de rol van matroos.

De volgende onderdelen komen aan bod:
●    Vaarklaar maken en veiligheid aan boord
●    Dwarsgetuigd zeilen
●    Zeilbediening; hijsen, strijken, trimmen en manoeuvres
●    Ankeren en lieren bediening
●    Knopen leggen
●    Wantklimmen (afhankelijk van weerssituatie)
●    Trosbehandeling
●    Ontmeren en afmeren (Inclusief sluis)
●    Gastheerschap en gastbeleving

Voor de kosten, meer informatie en aanmelden kijk je hier
Heb je nog vragen? Neem contact op met:
Alex van Klaveren     Tel: 06-51173043     info@chartercrew.nl
Peter lock         tel: 06-10607833    lockpw@gmail.com






— Als jongen in de binnenvaart, Harm Boon


Het tjalkschip "Jacoba"

Gerard Boon schreef het levensverhaal van zijn vader Harm Boon. Die begon als jongen in de binnenvaart:

Ik ben op 31 augustus 1898 in Zwartsluis geboren. Al mijn broers waren ouder, ik was het op één na jongste kind en had dus alleen nog een zusje onder me. Daarom werd ik waarschijnlijk thuis wel wat verwend. We woonden dicht bij het water aan de Nieuwe Sluis. Mijn ouders hadden een groot huis, zo groot zelfs dat ik op zolder heb leren fietsen.

Mijn vader voer vooral met aanmaakturf waarin hij ook handelde. De vaart ging van de ontginningen rond Klazinaveen en Zuidborge in Drente naar het westen van het land. De kinderen voeren in de schooljaren tijdens de vakanties mee en zo voer ik ook een paar keer naar Katwijk waar de turf verkocht werd.

Vanaf mijn elfde jaar in 1909 werkte ik in de binnenvaart. Toen ik de lagere school had doorlopen wilde ik de praktijk in. Vader en de hoofdonderwijzer waren daar tegen, ze wilden dat ik verder zou leren. Op school waren de resultaten goed geweest en klasgenoten die lagere cijfers haalden zijn later dokter geworden. Er was echter geen houden aan en dus ging ik in de vakantie eerst weer varen bij mijn vader als derde man oftewel kok. Ik moest het huishouden doen, drinkwater uit het vat halen en voor de brandstof bij de kachel zorgen. Zo begon ik te varen.
Lees hier het hele verhaal van een jongen in de binnenvaart van 1909 tot 1916.



— Reddingsplan voor Dieverdoatsie in de maak



De stichting Jatrie wil stichting De Snikke de helpende hand toereiken om de trekschuit Dieverdoatsie te redden. De Dieverdoatsie, het passagiersschip van Stadskanaal, ligt al anderhalf jaar stil aan de Handelskade. Reden: schipper Max de Jonge heeft niet de juiste papieren om het schip te bevaren én de trekschuit heeft te maken met achterstallig onderhoud.

'We hebben de koppen bij elkaar gestoken en zijn eens gaan nadenken over een plan om de Dieverdoatsie te behouden voor Stadskanaal', meldt bestuurslid Jaap Duit namens stichting Jatrie.

De Jatrie, een varend monument in Stadskanaal, is enkele jaren geleden met behulp van leerlingen van Noorderpoort opgeknapt. De bestuursleden van Jatrie én de collega's van stichting de Snikke denken na over de manier hoe het achterstallig onderhoud van de Dieverdoatsie kan worden weggewerkt.

'Bovendeks en in het ruim is er sprake van behoorlijk achterstallig onderhoud. We willen als beide stichtingen samen plannen maken om de Dieverdoatsie nog in 2018 vaarklaar te maken', laat Duit weten. Beide stichtingen zitten nog in de 'nadenkfase', later dit jaar zullen concrete plannen volgen om de Dieverdoatsie van de ondergang te redden.
Lees het gehele artikel op de bron: DVHN  




— Foto van de week

Een nieuwe rubriek in de Scheepspost: de foto van de week.

Iedereen kan zijn of haar foto insturen en de mooiste, meest bijzondere of meest actuele wordt geplaatst.
Hieronder een foto van de klipper Willem Jacob, terwijl hij in Warmond het keerpunt van de Strontrace nadert. Voorzichtig meert hij af naast het Theehuis.



Klik hier voor de foto in groot formaat 




— ARM27 ‘De Vrouwe Adriana’ gesloopt



In Zierikzee is onlangs de Hoogaars ARM27 gesloopt. Het schip was van de Stichting Museumhaven Zeeland en zorgde de laatste jaren voor problemen. Eind 2015 was het schip zo slecht dat er werd gedacht om het af te zinken als duikobject. Dat plan sneuvelde.

De ARM-27 was lek en moest met drie pompen drijvende worden gehouden. Het zonk een paar keer en moest door de brandweer boven water gehaald worden. De stichting had zelf de financiële mogelijkheid en mankracht niet om te repareren en wilde er voor een symbolisch bedrag van 1 euro van af. Uit Spakenburg was belangstelling, evenals van andere kanten. Er waren nog mensen die restauratie mogelijk achtten.

De vorige eigenaar hield de verkoop echter tegen, hij had het schip aan de Museumhaven geschonken onder voorwaarde dat het zou worden opgeknapt. Dat kreeg het stichtingsbestuur echter niet voor elkaar met haar beperkte middelen.


De Arm27 in iets betere tijden

De Hoogaars ARM27 'De Vrouw Adriana' is in 1932 gebouwd, als grootste houten Hoogaars. bij Meerman in Arnemuiden. Het is de eerste Hoogaars die is ontworpen voor motoraandrijving. Later is de Hoogaars weer zeilend gemaakt.
Het schip werd in april 2016 uit het water gehaald en op de kant gezet en onlangs gesloopt.





— Een ijsbreker in Amsterdam



Zo vanzelfsprekend als schoon drinkwater tegenwoordig is, zo problematisch was dat in vroeger tijden. Toen keizer Karel de Vijfde in 1540 Amsterdam bezocht, was hij vooral bezorgd om zijn gezondheid. Hij vreesde dat het Amsterdamse water zo slecht was, dat hij ziek zou kunnen worden. Hij koos er daarom voor om in Haarlem te overnachten.

Schoon water was nodig om groenten te spoelen, te drinken en vooral ook om bier mee te brouwen. Het ontbreken van schoon water in de directe omgeving van Amsterdam zorgde al vroeg voor georganiseerde watertransporten in speciale waterschepen. Al in 1480 besloot men om water uit de Haarlemmermeer te halen. Toen dat water als gevolg van een dijkdoorbraak in 1509 brak werd, zocht men het in de buurt van Kockengen, zo’n 25 kilometer buiten Amsterdam. Dit transport van water werd streng gecontroleerd. Schepen moesten leeg naar het waterwingebied varen en werden na te zijn gevuld, verzegeld. Dit zegel mocht pas bij aankomst in Amsterdam worden verbroken.


Twee schepen voor het vervoer van schoon water, ca 1652-1656, Stadsarchief Amsterdam

Vooral in de winter kon het gebeuren dat de waterverzorging tot stilstand kwam. Om ervoor te zorgen dat er ook bij minus-temperaturen kon worden gevaren, besloten de Amsterdamse brouwers in de zeventiende eeuw samen een ijsbreker aan te schaffen, om water uit de Vecht te halen. Bij het gebruik van de ijsbreker kwam heel wat kijken: afhankelijk van het weer en de dikte van het ijs, had men zes of meer paarden nodig om het schip door het ijs te trekken. Daarvoor waren niet alleen voerlieden en genoeg mannen voor de touwen nodig, maar ook nog eens minstens vijf personen op het schip zelf, én een kapitein. Als de ijsbreker uitvoer kwam de hele stad kijken. De bierbrouwers betaalden voor elk waterschip dat de stad bereikte een vast bedrag, om zo de gezamenlijke kosten die voor ijsbreker moesten worden gemaakt eerlijk te verdelen.


De ijsbreker aan de Buiten-Amstel, gevolgd door een reeks schepen

De IJsbreker zelf behoort al lang tot het verleden. Maar de ligplaats ervan is nog bij vele Amsterdammers bekend: aan de Weesperzijde, op nummer 23, was al in het begin van de achttiende eeuw een herberg gevestigd die de naam De Ysbreeker had.
Lees het gehele artikel op de bron: Amsterdam.nl 


Scheepspost wordt mede mogelijk gemaakt door:
EOC

FVEN



— Museumschip De Buffel gered van de sloop



Museumschip De Buffel blijft in de haven van Hellevoetsluis liggen. De gemeenteraad besloot donderdagavond unaniem 60 duizend euro subsidie per jaar te verstrekken om het schip in elk geval de komende vier jaar te behouden.

Hellevoetsluis wil het gebruiken voor een historisch marinekwartier waarin De Buffel, het Stadsmuseum en het droogdok Jan Blanken worden samengevoegd als toeristisch trekpleister.

Het behoud van De Buffel levert al jarenlang strijd op. Het schip lag eerst in Rotterdam bij het Maritiem Museum, maar moest vanwege bezuinigingen weg. Het onderhoud was te duur, zo werd bekend in 2011. In 2013 haalde ondernemer Arie van den Ban het schip na een opknapbeurt naar Hellevoetsluis. Het schip ligt nu aan de Koningskade en wordt gerund door vrijwilligers.

Het voortbestaan van De Buffel kwam in 2016 opnieuw in gevaar toen Van den Ban besloot te stoppen met eigen geld in De Buffel te steken. Hellevoetsluis stond daarna voor de keuze: subsidie verlenen of het schip naar de sloop brengen. De gemeenteraad heeft nu ingestemd met subsidie, waardoor vrijwilligers het schip kunnen overnemen. Het geld is toegezegd voor in elk geval vier jaar.

De Buffel werd in 1868 gebouwd als ramtorenschip om de Nederlandse kustlijn te bewaken. Het vaartuig kon vijandelijke schepen rammen. Daarna diende het als opleidingsschip voor marinepersoneel.
Lees het gehele artikel op de bron: TRV Rijnmond 




— Zaterdag 25 maart Tjalkendag, Zoutkamp


Tjalkendag 2017 in Sneek

De Terra Nova komt er voor naar het hoge noorden, schepen van deelnemers liggen gratis.

De Noorderschippers organiseren ieder jaar de Tjalkendag, telkens in een andere provincie. De Tjalkendag héét wel zo maar je hoeft geen tjalk te hebben om er heen te mogen, je hoeft zelfs (nog) geen LVBHB lid te zijn. Dit jaar is de Tjalkendag op 25 maart in Zoutkamp.

In het programma:
boswachter Jaap Kloosterhuis van Staatsbosbeheer over natuur en varen in het unieke Lauwersmeergebied, Johannes Hobma en Arjen Mintjens over 45 jaar Strontrace, bezoek aan het Visserijmuseum en, als het allemaal lukt, een bustocht met een, hopelijk historische, bus over het Groninger Hogeland. En natuurlijk Grunneger kouk, Annemariekes beroemde lunch en borrel na afloop.
Kosten € 17,50, opgeven via tjalkendag@lvbhb.nl

De Noorderschippers roepen deelnemers op zoveel mogelijk met hun schip te komen: dat erfgoed moet varen tenslotte! Gratis liggen en speciaal voor ons brugbediening op zondag.



Het Verenigingsschip van de LVBHB, de Terra Nova, gaat naar de Tjalkendag van de Noorderschippers in Zoutkamp op 24 maart 2018. Vertrek vanuit Vreeswijk op maandag 19 maart. Je kan de hele tocht of een gedeelte daarvan meevaren. Bij voldoende belangstelling wordt het een toeristische tocht door op de heenweg de staandemastroute langs Wergea te nemen en over de Dokkumer Ee te varen en terug over het mooie Reitdiep.
Voor meer informatie kijk je hier




— Aan mijn steiger: Rivierklipper als thuis



Gaby Koomen is eigenaar van de rivierklipper Nieuwe Maen: ’Tot mijn dertigste vond ik water en boten leuk, maar meer niet. In mijn familie was niemand ermee bezig, al woont mijn zusje nu ook op een boot. Naar het schijnt hebben we negen generaties terug een Chinese piraat in de familie gehad. Toen iemand me destijds op een vacature voor matroos wees, heb ik gesolliciteerd. Voor de grap, want ik had totaal geen ervaring.

Tot mijn grote verbazing werd ik aangenomen. Ik ben een buitenmens en hou ervan om met mensen te werken, dus het paste ergens ook echt bij mij. Jarenlang ben ik met veel plezier matroos geweest, toen wilde ik verder. Ik raak snel uitgekeken en ga op zoek naar nieuwe prikkels. Dat werd varen als zzp-schipper op andermans schepen. Na een jaar of drie vond ik dat het tijd was voor een eigen charterschip om met mensen te gaan varen.



Ik was met een klipper bezig, maar dat lukte helaas niet. Teleurgesteld schreef ik schepen in Zeeland aan om als matroos of schipper mee te gaan. Tot mijn grote verrassing liet de eigenaar van de Nieuwe Maen weten dat zijn schip te koop stond. Binnen een maand was ze van mij. Een oude rivierklipper met een hele mooie lijn en een grote roef, wat haar heel fijn maakt om op te wonen. Want dat doe ik sindsdien. In een huis vind ik het al snel te warm of te koud en je uitzicht is altijd hetzelfde. Het voor- en naseizoen lig ik in Zeeland, in het hoogseizoen in het noorden.

Varen met anderen vind ik het leukst. Er gebeurt telkens iets anders aan boord. Je doet alles samen: zeilen, sturen, van koers veranderen... Maar er is ook tijd om te relaxen. Als het zeilseizoen voorbij is, ga ik weer verbouwen. Ik heb al nieuwe watertanks, een nieuwe mast en ik ben nu met de binnenvloer bezig. Ik doe elk jaar best veel. Dat heb je met zo’n oud schip. Maar ja, ik was meteen verliefd!”
Lees het gehele artikel op de bron: de telegraaf via blendle (€ 0,15) 




— Kustgemeenten België willen schip van wereldzeiler niet



De Tomidi, het schip van de legendarische wereldzeiler Staf Versluys, is erkend als varend erfgoed, maar de kustgemeenten zien er geen toekomst voor. Verschillende kustgemeenten staan niet te springen om de Tomidi aan te kopen. Het wedstrijdzeiljacht van 18 meter lang, waarmee Bredenaar Staf Versluys in 1985-1986 de legendarische Whitbread-zeilraces rond de wereld won, is ook bekend als de Rucanor Tristar. Het schip heeft vijftien slaapplaatsen.

Huidig eigenaar Dirk Gunst herdoopte het vaartuig tot Tomidi. ‘Het schip nam ook deel aan de Fastnet Race en de Tall Ships Race’, vertelt hij. ‘We deden er wedstrijden en cruises mee. Het heeft maar liefst 300.000 zeemijlen afgelegd.’

In 2009 werd de Tomidi inderdaad erkend als maritiem erfgoed, onder meer het interieur van de laatste wereldomvaart werd behouden. Toch staat het vaartuig al meer dan een jaar op de kade, omdat de kosten voor onderhoud hoog oplopen. Het werd nu te koop aangeboden aan verschillende kustgemeenten voor € 190.000,-, maar die happen niet toe.

‘Het schip past voor ons ook niet in een groter geheel. We kunnen er geen verhaal rond vertellen. In zo’n zeilschip is ook niet zomaar iets te organiseren. De Tomidi is waardevol, maar past alleen in een maritiem museum dat er in Oostende niet komt. Ook Blankenberge en Nieuwpoort haakten eerder al af’, zegt Oostends schepen van Cultuur Bart Plasschaert.

Eigenaar Dirk Gunst is bang dat zijn schip anders naar het buitenland wordt verkocht.
Lees het gehele artikel op de bron: De Standaard 




— Proefproces Noorderhaven komt



Er komt een proefproces over de rechten die bewoners van de schepen in de Noorderhaven in de stad Groningen al dan niet hebben. Dat heeft wethouder Roeland van der Schaaf vorige week woensdag aan de gemeenteraad toegezegd.

De gemeente Groningen ligt met de woonscheepbewoners in de clinch over de toekomst van de haven. De gemeente wil dat de Noorderhaven weer een echte vrijhaven wordt, waar schepen in en uit kunnen varen.

Complicerende factor daarbij is de Wet Verduidelijking Voorschriften Woonboten die per 1 januari is ingegaan. In die wet staat dat drijvende bouwwerken een omgevingsvergunning krijgen. Daarmee krijgen schepen de status van bouwwerk, wat dezelfde rechten en plichten geeft als een gewoon huis. Een schip is dan bijvoorbeeld makkelijker te verkopen, omdat bewoners ook de ligplek van het schip erbij kunnen overdragen. Ook kunnen ze voor altijd aanspraak maken op hun plek in de Noorderhaven.

Alleen varende schepen
Volgens de gemeente is dat nou juist niet de bedoeling in de vrijhaven die de Noorderhaven zou moeten zijn. 'Schepen in de Noorderhaven zijn per definitie geen drijvend bouwwerk in onze ogen. Ik hoop ook dat u daar blij mee bent, want dat is de enige manier om de vrijhaven te handhaven.' Volgens Van der Schaaf horen alleen varende schepen in de Noorderhaven thuis.



Om voor eens en voor altijd duidelijk te krijgen of de schepen in de Noorderhaven recht hebben op een vergunning komt er een proefproces. Daar zijn de woonscheepbewoners blij mee. 'Als we winnen maar ook als we verliezen weten we tenminste waar we aan toe zijn', zegt Klaas Koetje die namens een deel van de bewoners het woord voert.

Inventarisatie
In de tussentijd ruziën gemeente en woonbootbewoners verder over een inventarisatie die de gemeente wil maken. Een ambtenaar moet checken of de schepen kunnen varen en voldoen aan de verdere voorwaarden om in de Noorderhaven te mogen liggen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om een authentieke uitstraling. Als eruit komt dat bewoners hun schip moeten opknappen kan de gemeente bijvoorbeeld een subsidieregeling opzetten. 'Het is in elk geval niet onze bedoeling om tientallen schepen te verwijderen.'
Lees het gehele artikel op de bron: RTV Noord 




— De kaping van de laatste VOC-vloot (1795)


James Town, Sint Helena. Aquarel door Q.M.R. Ver Huell. Collectie Maritiem Museum Rotterdam

Kapitein Uilke Barends is ruim twee jaar onderweg met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), als in 1794 de terugreis naar Nederland wordt ingezet. De vloot komt aan in Kaap de Goede Hoop, alles verloopt volgens plan. Barends kijkt er naar uit weer thuis te arriveren. Wat hij niet weet, is dat zijn Mentor behoort tot de laatste VOC-vloot. De Nederlanders zullen het slachtoffer worden van een slinkse list van de Engelsen.

Het is eind 1794. De politieke verhoudingen in Europa staan op scherp. Frankrijk lijft de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in en Groot-Brittannië ziet bondgenoot Nederland hierdoor veranderen in een vijand.

Goed nieuws voor de Britten: in tijden van oorlog mogen landen namelijk elkaars schepen in beslag nemen – kapen – om het schip en de lading te verkopen. De Britten besluiten slim gebruik te maken van deze nieuwe situatie. Wanneer in mei 1795 een grote vloot rijk beladen VOC-schepen vertrekt van Kaap de Goede Hoop, waaronder de Mentor van Uilke Barends, zien de Britten kans om hun slag te slaan. Hun voordeel: de Nederlanders komen net terug uit Azië en het nieuws van de Franse inlijving heeft hen nog niet bereikt.
Lees het gehele artikel op de bron: Historiek  



In de tentoonstelling ‘How we ditched the Dutch' van het Maritiem Museum vertellen de gouverneur van Sint Helena, kapiteins van enkele van de Engelse schepen én de schilder Thomas Luny hun verhaal. Een juichend perspectief van de overwinnaars, die trots terugkijken. 



Berichten in de Zeepost van deze week:



BBZ nieuws:

— Overzicht Workshops en Cursussen

Overig nieuws:

— Misthoorn zwijgt op Terschelling
— Basistraining matroos en Vervolgtraining matroos
— Aan mijn steiger: Gaby Koomen op de Nieuwe Maen

— Havenmeester A’dam: veilige Java Brug

— Een wildwaterbaan door de Afsluitdijk
— Monniken kopen herberg op Schiermonnikoog

— Defensie doet het licht uit op het Wad

— Bezorgdheid over tweede proefboring Schiermonnikoog
— Dwarstuig heeft komende zondag een Ledenvergadering

— Opleiding tot Sea Ranger heeft nog geen schip

— Luyt verhaalt schepen onder politiedwang


Scheepspost wordt mede mogelijk gemaakt door:
EOC

FVEN